SeaTALK zet mee internationale bakens uit voor Maritiem EngelsAntwerpen, Lieve Vangehuchten - 20 jaar zonder standaardonderwijs en dito toetsingskaders voor Maritiem Engels suggereert dat de sector zijn verantwoordelijkheid verwaarloosd heeft om de zeeën veiliger te maken door zeevaarders uit te rusten met de nodige internationale competenties. Europese stakeholders uit de maritieme sector nemen nu het voortouw met het SeaTALK-project.


Volgens de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zijn er continu zo’n 85.000 werkschepen (van meer dan 100 bruto ton) op zee. De scheepvaart is met bijna 90% van de wereldhandel een cruciaal onderdeel van de wereldeconomie en vraagt als zodanig om hoge normen voor veiligheid en beveiliging.

Ongelukken en incidenten zijn jammer genoeg schering en inslag. Gemiddeld verliest men per week twee schepen. Het is aantoonbaar dat meer dan 80% van deze ongevallen te wijten is aan een menselijke fout (IMO 2012, Horner 2014). Van deze 80% is een opmerkelijke 30% te wijten aan talige en/of communicatieve vergissingen (Ziarati 2006, Trenkner 2010).

In een poging om de veiligheid op zee te verbeteren, nam de IMO in 1995 het Engels aan als werktaal aan boord en werden de IMO-normen aangepast zodat ze voor opleiding, certificatie en wachtdienst (STCW) van zeevaarders eisen dat ze “doeltreffend” kunnen communiceren in (Maritiem) Engels.
De IMO biedt een leidraad voor het onderwijs van Maritiem Engels met de Model Course 3.17. Onlangs heeft de International Maritime Lecturers Association (IMLA) een revisie en update uitgevoerd van deze Model Course 3.17 volgens de laatste industriële en wettelijke normen.

Ondanks deze waardevolle inspanningen om de normen voor het Maritiem Engels op te trekken, gebeuren er nog steeds ongevallen, vaak geheel of gedeeltelijk te wijten aan gebrekkige communicatie, met gevaar voor leven, eigendom en reputatie. Dit zou vermeden kunnen worden door een wereldwijde erkenning van de noodzaak van standaardonderwijs en een internationaal aanvaard toetsingskader voor Maritiem Engels.

Maritime Education & Training (MET)-instellingen hebben de nood aan verbetering van onderwijs en toetsing van Maritiem Engels omarmd en hebben in samenwerking met andere partijen tijd en moeite geïnvesteerd in de ontwikkeling van hulpmiddelen en oplossingen om zowel methode als resultaten te verbeteren. EU-projecten zoals MarTEL, MarTEL Plus, UniMET en SeaTALK, de meeste recente onderneming, zijn een bewijs van hun inspanningen.

Het SeaTALK project (www.seatalk.pro) is het jongste initiatief van het Marifuture Platform (www.marifuture.org) en beoogt het invoeren van een standaard benadering voor het onderwijzen en leren van Maritiem Engels door het creëren van een normatief kader voor curriculuminhoud, leerresultaten, toetsingsmethodes en systemen voor scores en puntenoverdracht, dit alles binnen een innovatief online platform.
Voor de internationale werkbaarheid worden zowel taalkundige criteria als beoordelingsdescriptoren gelinkt aan het CEFR (Common European Framework of Reference for languages).
Verder is SeaTALK gebaseerd op het EQF (European Qualification Framework) dat ruimte laat voor erkenning van lokaal verkregen competenties, dankzij de oprichting van een uniform referentiekader voor alle deelnemende landen.
SeaTALK maakt ook gebruik van het ECVET-model (European Credit System for Vocational Educational Training), dat in sterke mate gebaseerd is op leerresultaten en competenties verworven via alternatieve leermethodes.

De Competentierasters voor Maritiem Engels, ontwikkeld door de SeaTALK-partners, creëren normen voor zeven rangen en functies voor zeevaarders, inbegrepen dek- en machinekamerpersoneel, en gaande van ondersteunings- tot managementniveau. De rasters omvatten ook de recente functie van elektrotechnisch officier.
De rasters hebben als doel relevante beroepsstandaarden in overeenstemming te brengen met taalleerresultaten, taalprestatiecriteria en kennis en competenties. De prestaties van iedere kadet / zeeman worden vastgesteld door middel van de beoordelingsmethode die kruisverwijzingen biedt naar het hierboven vermelde CEFR.
De rasters behandelen volgende inhouden en finaliteiten:

  • Beroepsstandaarden: om kruisverwijzingen en linking van de taalcriteria van het SeaTALK Maritiem Engels met professionele normen toe te laten. Dit veronderstelt kruisverwijzing naar de CEFR- en STCW-vereisten en wordt aangevuld met een kwalitatief overzicht met het oog op het erkennen van de geselecteerde beroepsstandaarden.
  • Taalleerresultaten: om te bepalen wat de lerende verondersteld wordt te bereiken aan het einde van het leerpad. Er worden namelijk professionele profielen opgesteld op basis van het ECVET-systeem met de vereisten voor het Maritiem Engels afhankelijk van de functie van de zeevaarder.
  • Taalprestatiecriteria: om de mate van verwerving te beoordelen en te evalueren, en de leerresultaten verworven bij de leerervaring, hetzij formeel, niet-formeel of informeel, te beoordelen.
  • Vaardigheden: om het vermogen te trainen om kennis toe te passen en de knowhow te gebruiken om taken uit te voeren en problemen op te lossen.
  • Kennis: om het resultaat van de opname van informatie door scholing te bevorderen. Kennis is het geheel van feiten, principes, theorieën en praktijken, gerelateerd aan een studie- of vakgebied.

Om leraars Maritiem Engels verder te ondersteunen, hebben de SeaTALK-partners een vrij toegankelijke online databank van leermiddelen voor Maritiem Engels ontwikkeld. Ieder leermiddel is gelinkt aan een specifieke leermodule en specifiek leerresultaat zodat leraars er zeker van kunnen zijn dat ze het juiste en meest relevante leermateriaal aanbieden aan kadetten / zeelieden voor het behalen van het vereiste niveau voor leerresultaten en beroepsstandaarden. Iedereen uit de wereld van het Maritiem Engels kan onderwijs- en leermiddelen toevoegen aan het platform en, door het te delen met collega’s, op die manier het bereik van de databank vergroten. Op www.seatalk.pro vind je hierover instructievideo’s.

Eens hij de SeaTALK trainingsmodule afgewerkt heeft, kan de kadet / zeeman verder gaan naar de overeenkomstige MarTEL-test. Er zijn 9 verschillende MarTEL-testen, elk ontwikkeld om het Maritiem Engels van een bepaald type en graad van zeeman te beoordelen, gaande van kadetten en matrozen tot hoofdingenieurs, eerste stuurmannen en kapiteins. Zodra de MarTEL-test beoordeeld is, ontvangt elke kadet / zeeman een persoonlijk afschrift met in detail het niveau van de verworven competentie.

Om de gemeenschap te helpen bij het gebruik van bovengenoemde SeaTALK-benadering hebben de partners een handleiding gemaakt met voorbeelddocumenten.
Deze documenten

  • identificeren en herkennen de verschillende taalvereisten voor Maritiem Engels verworven door formele, informele of niet-formele opleiding;
  • passen de ECVET-, EQF- en CEFR-systemen toe op de functies en rangen van genoemde zeelieden;
  • geven een evaluatiemethode voor formele, informele en niet-formele competenties van Maritiem Engels;
  • geven een competentieraster Engels voor de functies en rangen van genoemde zeelieden.

Door de uitbreiding van het werk van vorige projecten (MarTEL, MarTEL Plus, UniMET, SOS) hoopt men dat dit kader van gestandaardiseerde curricula, inhouden en evaluatienormen voor Maritiem Engels een eerste stap is naar het opstellen van wereldwijde normen die moeten leiden tot veiligere zeeën voor iedereen.
Niettemin is het creëren van accurate, betrouwbare en relevante normen voor Maritiem Engels een continu proces dat om samenwerking tussen de academische en industriële wereld en regulatoren zoals IMO vraagt.

Ondanks vernieuwend werk en recente ontwikkelingen loopt de maritieme sector achter op andere sectoren, zoals de luchtvaart, die een opleiding en evaluatie Engels voor Specifieke Doeleinden (ESP) als vereiste stellen.
De Internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart (ICAO) werd opgericht in 1947 en eist sinds 2008 dat de piloten-in-opleiding van de lidstaten (moedertaalsprekers en niet-moedertaalsprekers Engels) een kwalificatie Luchtvaart-Engels behalen voor ze piloot kunnen worden.
Om de lidstaten te helpen om de ICAO-standaardpraktijken te implementeren en kwaliteit te garanderen, richtte ICAO in 1999 het Universeel Programma voor Controle op het Veiligheidstoezicht op, dat ICAO in staat stelt regelmatige, verplichte, systematische en geharmoniseerde veiligheidsaudits uit te voeren (http://www.icao.int/).

De IMO als wereldwijd bestuursorgaan voor de maritieme sector heeft geen vergelijkbare autoriteit of orgaan. Hoewel regionale equivalenten zoals het Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid (EMSA) een rol spelen, wordt het in de eerste plaats aan individuele landen en instellingen overgelaten een eigen training en evaluatie voor Maritiem Engels te voorzien, zolang deze maar voldoet aan de minimumstandaard van ‘adequate’ communicatie. Dit gebrek aan een internationale norm, en het gebrek aan autoriteit en mogelijkheden om een dergelijke norm af te dwingen, verklaart de wijdverspreide verschillen in opleiding en competenties van zeelieden, welke de fundamentele oorzaak zijn van communicatiestoornissen en leiden tot fatale ongevallen.

Met projecten zoals SeaTALK onderneemt de gemeenschap stappen om normen voor Maritiem Engels te bepalen, toch blijven er regionale verschillen tussen Europa, Amerika, Azië en Afrika. Zolang de wereldwijde gemeenschap niet tot een consensus komt, zullen de verschillen in competentie een bedreiging blijven vormen voor de veiligheid aan boord. Door het verstrekken van een kader voor normen voor training en beoordeling, hoopt SeaTALK maritieme organisaties ertoe aan te zetten dergelijke normen op te leggen en ze tot een vereiste te maken voor de garantie van de kwaliteit van communicatie op zee, ter verbetering van de veiligheid.

Wie graag meer verneemt of wil bijdragen, kan terecht op www.seatalk.pro of kan contact opnemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..  

 

We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.