Opleidingen taal- en letterkunde missen aansluiting bij beroepspraktijk

Opleidingen taal- en letterkunde missen aansluiting bij beroepspraktijkDe professionele gerichtheid van de Vlaamse universitaire opleidingen taal- en letterkunde is een zwak punt. De programma's bieden weinig aansluiting bij de actuele beroepspraktijk. De inbreng vanuit het beroepenveld blijft in de meeste opleidingen miniem. Er is weinig of geen structureel overleg met alumni. Het aantal stagemogelijkheden is dun gezaaid. Dat (en nog veel meer) staat te lezen in het visitatierapport taal- en letterkunde, het verslag van de externe doorlichting waaraan de Vlaamse universitaire opleidingen in het domein van de taal- en letterkunde vorig jaar werden onderworpen.

 

Het visitatierapport is het verslag van het onderzoek naar en de evaluatie van de kwaliteit van de opleidingen in het domein taal- en letterkunde aan de Vlaamse universiteiten. Het rapport bevat de bevindingen, oordelen, aanbevelingen en conclusies van de visitatiecommissie die deze opleidingen in de periode van oktober 2009 tot april 2010 heeft bezocht.


Meer aansluiting bij beroepspraktijk nodig
De visitatiecommissie meent dat de opleidingen op vlak van professionele gerichtheid en aansluiting bij de actuele beroepspraktijk "een mentale omslag" moeten maken en vraagt onder meer "de mogelijkheden voor een stage met ernst te onderzoeken".

Verder is er volgens de commissie in alle opleidingen slechts geringe betrokkenheid van het beroepenveld bij de kwaliteitszorg en is er te weinig structureel overleg met de alumni.

"Waar de betrokkenheid van personeel en studenten in de interne kwaliteitszorg van de opleidingen over het algemeen gewaarborgd is, is het betrekken van alumni en zeker het beroepenveld eerder uitzondering dan regel. De commissie pleit ervoor om deze groepen sterker te betrekken bij de interne kwaliteitszorg. Niet om de opleidingen louter te instrumentaliseren in functie van de arbeidsmarkt, maar wel om ervoor te zorgen dat de nagestreefde competenties beter geëxpliciteerd worden en beter bekend worden. Een aantal opleidingen neemt reeds goede initiatieven op dit vlak."

Een gevolg is bijvoorbeeld dat de reflectie over maatschappelijke vaardigheden bij de meeste opleidingen nog in haar kinderschoenen staat, aldus de commissie. "Zo spelen de lessen (Nederlandse) taalbeheersing weinig in op de rol van leraar als docent voor anderstaligen. Alleen de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) en de Vrije Universiteit Brussel (VUB) hebben reeds interessante initiatieven op dit domein ontplooid."

De commissie heeft in haar gesprekken met studenten en alumni vaak vastgesteld dat zij zich niet voorbereid voelen op de arbeidsmarkt. "Veel studenten volgen daarom meer dan één masteropleiding. Hoewel dit maatschappelijk geaccepteerd is, acht de commissie het toch zinvol om meer aandacht te besteden aan het expliciteren van de waardevolle competenties die de studenten in een masteropleiding zonder twijfel verwerven. De commissie heeft immers vastgesteld dat de studenten zich vaak onvoldoende bewust zijn van deze competenties."

Overigens zijn studenten en alumni wel tevreden over hun opleiding en is de commissie onder de indruk van het academische niveau van de afgestudeerden. Maar de commissie heeft zich ook herhaaldelijk "verbaasd over het feit dat de studenten zelf zich weinig bewust tonen van hun academische competenties en de bijdrage die zij hiermee kunnen leveren aan de arbeidsmarkt".


Basiskwaliteit meeste opleidingen gewaarborgd
In algemene termen oordeelt de commissie dat "bij het grootste deel van de opleidingen de basiskwaliteit zonder meer gewaarborgd is". De commissie heeft evenwel ook vastgesteld dat "een aantal van de gevisiteerde opleidingen op één of meer vlakken de vereiste basiskwaliteit niet behalen, waardoor studenten niet krijgen waar ze recht op hebben. Hoewel de commissie deze opleidingen interessant en zinvol vindt, mist zij de garanties dat deze tekorten op korte termijn zullen worden geremedieerd."

"De commissie hoopt dat de betrokken faculteiten in geval van een negatieve accreditatiebeslissing gebruik zullen maken van de mogelijkheid om een verbeterplan voor te leggen aan de Vlaamse Regering en binnen maximaal drie jaar aan te tonen dat de vastgestelde tekorten weggewerkt zijn."

Een negatieve accreditatie hoeft niet noodzakelijk tot de afschaffing van de opleiding in kwestie leiden. De onderwijsinstelling kan in het geval van een negatieve accreditatie opteren voor het afbouwen van de opleiding maar ook voor een verbeterplan, dat dan binnen drie jaar de basiskwaliteit over de hele lijn moet waarborgen.

 

Toch 8 negatieve eindoordelen
Zoals gezegd oordeelt de visitatiecommissie dat de basiskwaliteit bij de meeste opleidingen gewaarborgd is.
Een negatief eindoordeel heeft de commissie over (1) de masteropleiding taalkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven, (2) de afstudeerrichtingen die een combinatie vormen met Spaans of Italiaans in de bachelor- en masteropleiding taal- en letterkunde aan de VUB, (3) de afstudeerrichtingen Nederlands-Duits en Engels-Duits in de bacheloropleiding taal- en letterkunde aan de HUB, (4) de master Westerse literatuur en (5) de Engelse taalvariant Master of Western Literature aan de K.U.Leuven, (6) de Engelstalige manama Master of Literary Studies (een samenwerking tussen K.U.Leuven, Universiteit Gent, Universiteit Antwerpen en VUB) en (7) de masteropleiding Theater- en Filmwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UA).

Drie van de 25 opleidingen die de visitatiecommissie beoordeelde, richten zich op een specialisatie in de bedrijfscommunicatie: (1) de masteropleiding meertalige professionele communicatie aan de UA, (2) de masteropleiding bedrijfscommunicatie aan de K.U.Leuven en (3) de master meertalige bedrijfscommunicatie aan de UGent. Deze laatste is een eenjarige master-na-masteropleiding, de eerste twee zijn eenjarige initiële masteropleidingen. De commissie geeft een negatief eindoordeel over de masteropleiding bedrijfscommunicatie aan de K.U.Leuven.

 

De visitatiecommissie bestond uit 18 leden, vakgenoten (peers) uit verschillende Europese landen (overwegend Nederland), uitgebreid met onderwijskundigen en studenten. Zij waren geselecteerd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).

Het integrale visitatierapport (625 blz.) is elektronisch beschikbaar op onderstaande website.

 

Meer info: http://www.vlir.be/



(dd - 24/1/2011)




 

We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.