Er was eens een taal, ver weg, niemand weet waar (recensie van het boek Lingua)

Lingua (Gaston Dorren): recensieDe Nederlandse taaljournalist Gaston Dorren trok de voorbije jaren op ontdekkingsreis door Europa. Dwars door Europa, in 69 talen. Luk Vanrespaille las ‘Lingua’, het boek waarin Gaston Dorren verslag doet van zijn lange reis. Verplichte lectuur voor elke rechtgeaarde linguofiel, zo vat Luk Vanrespaille zijn recensie samen. Lees hier zijn uitgebreide bespreking.

Leuven, Luk Vanrespaille - Ook de Vlaamse en de Nederlandse editie van de "Atlas van de Nederlandse taal" nog maar net uit? Hier is alweer een nieuw en al even ambitieus boek voor u: Lingua van Gaston Dorren. Verplichte lectuur voor elke rechtgeaarde linguofiel. Lingua oogt dan wel niet atlasachtig, het boek heeft wel diezelfde uitnodigende, toegankelijke en haast didactische insteek. We zouden het een aardrijkskunde-, geschiedenis- en zelfs godsdienstboek van de Europese talen noemen.

 

Lingua is een erudiet en toch leesbaar boek, caleidoscopisch door zijn vele invalshoeken en toch gefocust. Dat laatste dankt het boek voor een groot stuk aan de stijl en de humor van de auteur, die de lezer daarmee perfect bij de les houdt.


Godsdienstboek

Om maar eens met die godsdienst te beginnen. We weten allemaal welke rol de Statenbijbel gespeeld heeft voor de carrière van het Nederlands. Voor het Duits kan het belang van Luthers Bijbelvertaling evenmin overschat worden. En ook het Arabisch, het heilige schrift van de Islam, zou zonder de Koran, de heilige schrift, een heel andere geschiedenis gekend hebben. Zo hebben we al voor drie talen een verhaalaanzet. Lingua telt er ruim twintig keer zoveel.


Aardrijkskundeboek

Aardrijkskunde is uiteraard een voor de hand liggende invalshoek voor een boek met de ondertitel ‘Dwars door Europa in 69 talen’. Meest in het oog springt daarbij de studie van het reliëf. Zo kunnen gebergten een bron zijn van taalvariatie. En massieven, rivieren, bossen vormen wel vaker een grens tussen talen of een landschap waarlangs taalveranderingen zich doorheen de tijd voltrekken.


Geschiedenisboek

De geschiedenisles is meteen een derde evidente insteek. Vele van onze talen zijn verwant, sommige overduidelijk, andere voor wie wat beter toekijkt, en dat komt door gebeurtenissen uit het verleden.

Godsdienst, aardrijkskunde, geschiedenis … Bij Dorren levert het een hoop weetjes op, die een prominente plaats krijgen in het boek, maar ook taaltheoretische inzichten en stellingnamen, die je veeleer tussen de regels moet lezen. Dat laatste is enerzijds jammer, omdat zijn inzichten en stellingen best interessant zijn, maar anderzijds ook begrijpelijk omdat Dorren zich niet als wetenschapper laat staan als polemicus profileert, maar als reisgids. Lingua is trouwens een vervolgproject en een herwerking van zijn in 2012 verschenen (in bladzijden en aantal talen beknoptere) boek ‘Taaltoerisme’.


De schrijftaal is een dierentuin

Dorren is een discrete voorstander van een observerende benadering van taal. Hij hoort dus, in een discussie die hij niet eens echt opent, thuis in het descriptieve (tegenover het normatieve) kamp. Over spreektaal: ’Waar gepraat wordt, krijg je chaos’ (p. 294), maar die chaos is de norm. Wie schrijft, past regels toe, terwijl we al pratend de chaotisch levende taal beoefenen. ‘Een taal met één spreker is per definitie een taal in onbruik, want een taal leeft van gesprekken’ (p. 261). En over schrijftaal: ‘Een schrijftaal is een soort dierentuin, waar uitgestorven taalvormen het nog een hele tijd kunnen uitzingen’ (p. 227).


Een dialect met een leger

Talen komen ons niet aangewaaid. Ze schuren vaak tegen wetten aan, dringen zich op, vaak manu militari - ‘Een taal is een dialect met een leger’ - wat ons bij actuele discussies brengt. ‘Wil een volk zijn eigen taal? Dan maakt het zijn eigen taal’ (p. 115), stelt Dorren, en hij laat zich ook uit over het idee van elk volk zijn eigen land. Al houdt hij een slag om de arm als het om de status van het Catalaans en Catalonië gaat.

Naast pure taaltheorie zit er een hoop interessante taalsociologie in Lingua. Dat het Duits bij het begin van de 20e eeuw dé taal van de wetenschap was, wat gepaard ging met een toevloed aan germanismen, mag ons doen nadenken over de huidige dominantie van die andere Germaanse taal. Dat het Engels ook morgen nog de lingua franca van de geglobaliseerde wereld zal zijn, is lang niet zeker. Dorren laat ook over een dergelijk toekomstvisioen zijn taalkundige licht schijnen in een slothoofdstuk waarin hij het Engels als wereldtaal vergelijkt met de gedoodverfde opvolger en tot de conclusie komt dat er geen reden tot paniek is: al bij al was het Engels eerder wereldfaal dan wereldtaal. Toegegeven - voor wie nu met de ogen zou beginnen te rollen - dit is niet z’n beste woordspeling.


De ontstaansgeschiedenis van Lingua 

Gaston Dorren doet omstandig uit de doeken hoe uit zijn in 2012 verschenen en succesvolle boek Taaltoerisme, via de vertaling(en) - de taal van Europa volgens Umberto Eco - met bijbehorende aanpassingen het nieuwe boek Lingua is ontstaan. De ontstaansgeschiedenis van talen, oké, maar die van boeken over talen… Dorren slaat zich wat op de borst over het succes van zijn taalkundige reisgids en het is hem gegund, maar hij mag dat aplomb bij een volgende boek loslaten op de inhoud en niet op de genealogie.

Wat er in de verschillende vertalingen en versies door de diverse redacteuren gevraagd en aangepast is, heeft soms taalkundige (lees relevante) oorzaken, maar vaker ook niet. Of het moet de sociologische realiteit zijn, of het commerciële denken van uitgevers die niet nalaten om redactionele keuzen te beïnvloeden. Achter elk hoofdstuk toevoegen hoe het in die vorm tot op die bladzijde geraakt is, had niet gehoeven, al heeft dat omkijken De Taalsector wel een vermelding opgeleverd in de inleiding.


Weetjes

Dit gezegd zijnde is Lingua een plezier om te lezen. En dat heeft ook met de vele weetjes te maken. Zo staan er ook achter elk hoofdstuk enkele opgesomd: telkens een Nederlands woord dat de taal van het hoofdstuk gehaald heeft of er omgekeerd uit ontleend werd, plus een ‘typisch’ woord waarvoor in de andere talen geen echt, kernachtig equivalent bestaat.

Nogal wat van de 69 Europese talen zijn marginaal. Het Samisch, het Saterfries en het Sorbisch bijvoorbeeld, of het Shelta, de (geheim)taal van een relatief kleine groep rondtrekkende Ieren. Allemaal krijgen ze van Dorren hun deel van de aandacht, draven ze op in een verhaal, doen ze ons even glimlachen. Nog een grap opgedist, een weetje erbij en klaar is Gaston. Maar ook dan boeit hij en dat heeft alles te maken met zijn unieke vertellende stijl.


Er was eens een taal

Taaljournalist Dorren - hij heeft een blog op https://taaljournalist.blog/ - vertelt verhalen over talen. Hij wil zeker niet doceren. De lezer boeien is zijn allereerste doel: ‘Er doen ook andere theorieën de ronde over de betekenisontwikkeling in het Portugees en Roemeens. Maar die zijn saaier en niet per se juister.’ Niet toevallig begint zijn Lingua met ‘Er was eens een taal, ver weg, niemand weet waar…’. 

De hoofdrol in al zijn verhalen is natuurlijk weggelegd voor de Europese talen en de auteur personifieert er dan ook vrolijk op los. Het Frans wordt een moederskindje genoemd met een ongezonde band met zijn maman, het Latijn. Het Turks is wat in zichzelf gekeerd. Talen kunnen ziek zijn, opstaan uit de dood, zoals het Ivriet uit het Hebreeuws, maar helaas ook sterven, zoals wij allemaal. Ze vertonen familietrekken en koesteren hun verwanten of plooien zich vereenzaamd op zichzelf terug. Ze kunnen elkaar het hof maken of uit de weg gaan. En ga zo maar door.


Geslachtsziekten en visserslatijn

Lingua is bovendien vlot en beeldend geschreven. 

Als bewijs ex absurdo waarom onverstaanbaarheid voor derden geen criterium kan zijn om ’een echte taal’ te onderscheiden van streektalen en dialecten stelt Dorren dat anders ‘elke bruine kroeg tegen sluitingsuur meertalig zou zijn’ (p. 98).

Een hoofdstuk over geschreven versus gesproken taal geeft hij de beeldende titel ‘Inkt en adem’. 

Of hij karakteriseert talen als gekanaliseerde rivieren: op natuurlijke wijze ontstaan maar de mens heeft naderhand wel zijn bijdrage geleverd.

Het Bulgaars valt op door zijn vele grammaticale uitgangen: ’Uitgangen, uitgangen en nog meer uitgangen. Alsof er elk moment brand kan uitbreken’ (p. 226).

Hij speelt virtuoos met woorden en stelt bijvoorbeeld vast dat het in Nederland gebruikte Nederlands aan een ‘geslachtsziekte’ leidt. Dit illustreert hij bovendien ongewild waar hij schrijft dat ‘de Venetiaanse heerschappij over Dubrovnik in 1358 aan zijn (sic) eind kwam’ (p. 261).

Het Manx, de taal van het eiland Man, waar de katten geen staart hebben, blijkt de constructie ‘Ik heb een kat’ niet te kennen, omdat ze geen woord kennen voor ‘hebben’, waarna Dorren goedkeurend besluit dat ‘een kat hebben’ ook maar nonsens is, ’want zoals elke kenner weet is het onmogelijk een kat écht te bezitten. (Of een baan. Of een relatie. Enfin.)’ (p. 313) 

Of het Faerøers, dat ‘visserslatijn’ genoemd wordt vanwege de vele naamvallen en de overheersende activiteit van de sprekers.


Zo rustig als een Belg

Er zit veel leuks in Lingua, en dat hebben we te danken aan de positie die Dorren in dit boek het liefste inneemt: die van de linguïstische reisgids door het veeltalige Europa. Lingua is niet alleen onderhoudend, maar brengt ons, zoals gezegd vaak tussen de regels door, nog van alle inzichten en feiten bij. Bijvoorbeeld wat het Duitse bloed verklaart van de Nederlandse vorst die in het Wilhelmus bezongen wordt.

Of hoe het Zweeds linguïstisch seksisme wist te weren. Dat het Litouws een uitdrukking kent "zo rustig als een Belg" en veel talen via het Engels ons Nederlandse werkwoord "bluffen" hebben overgenomen. Wat zou dat zeggen over Vlaanderen en/of Nederland?

We leren ook dat er vertaalwoordenboeken Noors-Noors bestaan, dat Washington een universiteit heeft waar in gebarentaal gedoceerd wordt en dat "mousseline", zoals veel termen van stoffen, op een plaatsnaam teruggaat, Mosul in dit geval. Enzovoorts.


Babel

De rijkdom in Lingua is van die aard dat Dorren wat ons betreft voor de rest van zijn dagen kan verdergaan met het materiaal dat hier aanwezig is, al moeten we hopen dat hij het vooral bij de lessen godsdienst, geschiedenis of aardrijkskunde houdt en de wiskunde achterwege laat. Pi omschrijven als de verhouding tussen de diameter en de straal van een cirkel is toch wat je mathematische gezag ondergraven.

Ook hopen we dat hij dan de uitweiding over waar alles vandaan komt uit het boek laat. We kunnen er trouwens wel bij vermelden dat Dorren inderdaad blijgezind de ingeslagen weg voort bewandelt. Dit voorjaar verschijnt zijn volgende boek ‘Babel’, waarin hij vermoedelijk dezelfde Lingua-behandeling loslaat op ’s werelds twintig grootste talen.


Grasduinen

Nog een paar losse bedenkingen. Lingua richt zich in de eerste plaats op de Nederlandse lezersmarkt, die dan ook zowat drie keer groter is dan de Vlaamse. Maar toch: rokjesdag, d’r fiets… Het zijn maar voorbeelden, dus voor hetzelfde geld hadden er andere kunnen staan die wel werken in het hele taalgebied.

Lingua is ook nog eens geïllustreerd, al is de druktechnische kwaliteit van de zwart-witfoto’s niet altijd je dat. De kaarten en schema’s daargelaten voegen de illustraties niet echt veel toe. Of lijkt het maar zo, omdat de lezer ‘verblind’ is door Dorrens aanschouwelijke schrijfstijl?

Lingua gaat diep en breed en niet alles is even relevant. Soms wordt Dorren wat anekdotisch, zoals in het hoofdstuk over het Slowaaks en hoe dé grote pleitbezorger van die taal en vader van het eengemaakte Slowaaks aan zijn einde kwam, compleet met kritische kanttekeningen over hoe dat misschien toch nog op een andere manier gebeurd zou kunnen zijn (zelfmoord vanwege zijn geaardheid???).

Dat de 360 pagina’s niet allemaal van hetzelfde niveau zijn, neemt niet weg dat Dorren de hele tijd fascineert en varieert, van wijze wetenschapper over aandachtige observator tot schrijver van aardige cursiefjes. Om mondjesmaat maar met regelmaat in te grasduinen en je telkens weer te laten verrassen en zelfs verblijden.


Luk Vanrespaille is freelance taalboer, met een filosofische achtergrond. Hij schrijft, vertaalt, interviewt, rapporteert, recenseert en leest uiteraard graag en veel. Zijn mailadres is Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en zijn website al een eeuwigheid in aanbouw.


ISBN: 9789025307899


Lees ook: Taaljournalist Gaston Dorren schrijft ode aan Europa's meertaligheid

Lees ook: HHoe taaljournalist Gaston Dorren de wereld verovertoe taaljournalist Gaston Dorren de wereld verovert


Meer info: http://www.singeluitgeverijen.nl/athenaeum/boek/lingua/

Meer info: http://taaljournalist.nl

 

We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.