Taaloplossingen die het museum toegankelijk maken voor blinden en slechtziendenTegenwoordig wordt er veel over toegankelijkheid en inclusie nagedacht, maar hoe is het eigenlijk in de praktijk?

Vele musea experimenteren met allerlei methoden om blinden toegang te geven tot hun collecties. Ze gebruiken onder meer gidsen, audioguides en beeldtolken.

Toegankelijkheidsoplossingen voor blinden en slechtzienden in musea. Wat houden deze oplossingen precies in? Wat werkt goed? Welke problemen zijn er nog?

 

Gent, Patrick Sprenger en Matthieu Raynaud - Liesa Rutsaert ontvangt ons in de schaduwrijke tuin van het Huis van Alijn, het museum van het dagelijks leven in Gent. Na een vernieuwing van de permanente opstelling is het museum opnieuw open, nu met een focus op gewoontes, tradities en rituelen in het dagelijks leven, maar ook open voor alle mogelijke ideeën die kunnen bijdragen aan een betere toegankelijkheid van het museum en meer inclusie.

Liesa Rutsaert is toegankelijkheidsmedewerker bij het Huis van Alijn. Ze is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen om de toegankelijkheid voor mensen met een beperking te verbeteren. Wij onderzoeken vandaag en morgen hoe toegankelijk de Gentse musea zijn voor blinden en slechtzienden.


Recht op toegang tot cultuur

Het beleid van het Huis van Alijn vertrekt vanuit het fundamenteel recht op toegang tot cultuur en cultuurbeleving. In de praktijk betekent dit dat het Huis van Alijn bijzondere rondleidingen voor blinden en slechtzienden aanbiedt. Speciaal opgeleide gidsen voeren groepen blinden door de tentoonstelling. Om het beperkte gezichtsvermogen van de bezoekers te compenseren, maken de gidsen gebruik van de andere vier zintuigen om de voorwerpen aan de bezoekers uit te leggen.


In groep

Om aan een rondleiding deel te nemen, moeten blinden zich in groep aanmelden, liefst enkele weken voor het bezoek. Het Huis van Alijn beschikt over drie gidsen die de gespecialiseerde opleiding Verbaal Beschrijven hebben gevolgd. In deze opleiding leer je hoe je voorwerpen, kunstwerken en hele tentoonstellingen in musea aan blinden en slechtzienden kunt uitleggen. De rondleiding voor blinden en slechtzienden duurt in principe even lang als die voor bezoekers zonder beperking.

Een belangrijk aandachtspunt is dat het blinden veel mentale moeite kost om zich de voorwerpen in een tentoonstelling voor te stellen. Zij krijgen namelijk telkens veel meer gedetailleerde beschrijvingen van de voorwerpen dan ziende bezoekers, omdat er veel aspecten extra uitgelegd moeten worden, zoals kleur, materiaal en vorm.

Daarbij helpt de mogelijkheid voor blinden en slechtzienden om duplicaten van voorwerpen in de tentoonstelling aan te raken. Dat biedt hun een fysiek voelbare ervaring met de objecten.


Audiodescriptie

Andere musea gebruiken verschillende oplossingen om de toegankelijkheid voor blinden en slechtzienden te waarborgen. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van Laurence De Zitter. In het kader van haar masterscriptie vergeleek ze verschillende audiobeschrijvingen voor blinden en slechtzienden in musea. Voor het pitchen van haar onderzoek ontving ze in maart 2018 tijdens de Student Edition van de LIA's (Language Industry Awards) De Taalsector Prijs van de Jury “Creativiteit en innovatie”.

Het Musée Ianchelevici in La Louvière heeft een vooraf opgenomen audiodescriptie van zijn tentoonstelling. In principe werkt deze audiodescriptie zoals een gewone audioguide voor zienden, maar met aanvullende informatie voor blinden en slechtzienden. Deze audiodescriptie maakt het voor blinden mogelijk het museum individueel te bezoeken.


Beeldentolk

Verder bestaat er in het Museum voor Industrie, Arbeid en Textiel (MIAT) in Gent de mogelijkheid dat slechtzienden een beeldentolk aanvragen. De beeldentolk heeft de functie van een extra paar ogen voor de blinde bezoeker. Het is vergelijkbaar met de app “Be My Eyes”, die op dezelfde manier werkt: je richt je smartphone op wat je wil begrijpen en de persoon aan de andere kant van de app vertelt je in real time wat er te zien valt. Vaak zijn het vrijwilligers die aan de blinde of slechtziende bezoeker uitleggen wat er te zien is. Ook deze oplossing maakt het mogelijk dat de blinde het museum individueel bezoekt. Het MIAT was een van de eerste musea om deze oplossing in te zetten.


Spontaan museumbezoek?

Elke oplossing heeft voor- en nadelen. Zo is het voor slechtzienden en blinden moeilijk om spontaan een museum te bezoeken, als het museum alleen beeldentolken of on-site gidsen heeft, want beide oplossingen vereisen een vroegtijdige kennisgeving door de bezoekers.

Een spontaan museumbezoek is voor blinden en slechtzienden alleen mogelijk als er audioguides met audiodescriptie zijn.

Voorts is er een grote variatie in kwaliteit tussen de verschillende aangeboden toegankelijkheidsoplossingen voor blinden en slechtzienden. Niet alle musea volgen de richtlijnen voor toegankelijkheid voor blinden en slechtzienden van blindenorganisaties zoals Licht en Liefde. Zo toonde Laurence De Zitter aan dat de gidsen van een door haar bestudeerd museum geen voldoende opleiding Verbaal Beschrijven hadden.


Interactie

Een voordeel van een gegidste rondleiding of van een beeldentolk tegenover een audiogids is dat vragen, interactie tussen gids en blinde of slechtziende en ook aanvullende steun en informatie mogelijk zijn. Als er hulp nodig is om iets beter te begrijpen, kan een gids vragen beantwoorden, in tegenstelling tot de audiodescriptie. Ook maken gidsen het bezoek meer persoonlijk. Ze geven verder ook veel nuttige informatie over de omgeving, zoals “hier is een trede” of “pas op, er staat iets in de weg”.


Oplossingen combineren

Volgens Laurence De Zitter is het beter om verschillende toegankelijkheidsoplossingen te combineren om de nadelen van de ene oplossing op te vangen met de voordelen van een andere. De ideale situatie zou zijn dat er in ieder museum een speciaal opgeleide gids voor de individuele blinde en slechtziende bezoeker voorhanden is, en dat de richtlijnen voor optimale toegankelijkheid gevolgd worden.


Samenwerking

In het Huis van Alijn bestaat er maar één rondleiding van 90 minuten. Ze zijn van plan hun aanbod te vergroten, en andere oplossingen voor blinden te ontwikkelen. Concreet willen ze audiodescriptie aanbieden, zodat een individueel en spontaan bezoek mogelijk wordt. Verder wordt ernaar gestreefd met andere musea samen te werken om gemeenschappelijke oplossingen te vinden om de toegankelijkheid voor blinden te vergroten.


Hoe de doelgroep bereiken?

Maar het grootste probleem is dat al deze toegankelijkheidsoplossingen onder blinden en slechtzienden onvoldoende bekend zijn. Een reden is dat blinden en slechtzienden niet goed door de klassieke media kunnen worden bereikt. Musea hebben helaas niet genoeg middelen om al deze oplossingen aan te bieden en nog minder om ze bij een groot publiek onder de aandacht te brengen.

Patrick Sprenger (Duitsland) en Matthieu Raynaud (Frankrijk) werkten op 7 en 8 augustus 2018 mee bij De Taalsector. Ze deden dat in het kader van hun deelname aan de Taalunie Zomercursus Nederlands, die aan de Universiteit Gent wordt georganiseerd. Dit artikel is de concrete uitkomst van hun werk. Met speciale dank aan iedereen die dit artikel kan helpen verspreiden onder de doelgroep die het aanbelangt.