Wa zegt ge? Recensie van een handboek tussentaal

Wa zegt ge?Valentin Descamps is een Franstalige Belg. Talent voor talen heeft hij genoeg. Bewijs is zijn masterdiploma in de vertaling. Hij vertaalt Russische en Spaanse teksten in het Frans. En ondertussen leert hij ook Nederlands. Nog niet op datzelfde academische masterniveau, want toen hij drie maanden geleden hier in Gent bij De Taalsector kwam werken, was zijn Nederlands net op ERK-niveau B1 geëvalueerd. B1 op het nippertje, en maar net goed genoeg om hem operationeel te noemen in het Nederlands, want we moesten er wel wat geduld mee hebben ;-) 

We zijn nu drie maanden verder, en als hij morgen weer getest wordt, scoort hij met zekerheid een B2.

Maar nu komt het: in al de cursussen Nederlands die Valentin tot op het niveau B1 hebben gebracht, heeft nooit iemand hem verteld dat heel veel Vlamingen geen Standaardnederlands maar tussentaal spreken. Of anders ook nog een dialect. Of algemeen Nederlands met een Gents, Antwerps of ander accent. Of, nog moeilijker, Nederlands met een Nederlands accent.

"Ze spreken hier van alles, maar geen Standaardnederlands." In ieder geval spreekt hier niemand de taal die ik al die jaren op de schoolbanken, in de leerboeken, uit de mond van mijn taaldocenten-NT2 te horen heb gekregen.” 

"Wat een shock en wat een frustratie is dat, zeg! Hebben ze me doodleuk de verkeerde taal geleerd! Waarom heeft niemand mij zelfs maar verteld van de Vlaamse tussentaal?" 

Ja, waarom zwijgen - ook moedertalige - NT2-docenten over tussentaal? Zijn ze gegeneerd? Zijn ze tégen tussentaal en denken ze dat tussentaal maar een tijdelijk fenomeen is dat snel weer gaat verdwijnen? Is tussentaal te min? Past het niet in een kwaliteitsvolle cursus Nederlands? 

“Nu ga ik het juiste Nederlands leren,” bedacht Valentin. “Het Nederlands dat ik hoor in de series die ik kijk, op straat, in de winkel. Het Nederlands dat de mensen met mij spreken.” 

Hij zocht en vond een leerboek Vlaamse spreektaal voor anderstaligen: "Wa zegt ge?" van taaltrainer Sofie Begine. Dit is zijn recensie.

 

Gent, Valentin Descamps - Sofie Begine is een taaltrainer Nederlands, die in Brussel en Leuven werkt. Ze is ook de initiatiefnemer van het project "Goesting in Taal", dat gericht is op het onderwijs van de Vlaamse tussentaal via verschillende middelen: blog, lezingen, workshops, leerboeken, sociale media en andere leeractiviteiten rond Vlaamse tussentaal. Vandaag ga ik vooral over haar handboek “Wa zegt ge? Vlaamse spreektaal voor anderstaligen” spreken.


Vlaamse tussentaal, wat is dat?

Tussentaal is het taalgebruik tussen dialect en Standaardnederlands of Algemeen Nederlands (AN). In Vlaanderen wordt tussentaal gebruikt in informele situaties thuis, met vrienden of met collega’s, vooral mondeling maar ook schriftelijk, in sms’jes of publiciteit, terwijl Standaardnederlands gebruikt wordt in officiële situaties, in het journaal, op school of met de baas of klanten, en vooral schriftelijk.


Waarom is kennis van de tussentaal nodig voor anderstaligen?

Wel, in Vlaanderen spreekt de meerderheid van de bevolking de hele dag in tussentaal en niet in standaardtaal, tenzij in officiële situaties. En als je geen tussentaal kent, versta je bijna niets van wat er rond je wordt gezegd. En als je niet verstaat wat er rond je wordt gezegd, kun je niet effectief met Vlamingen communiceren. En zonder effectieve communicatie met Vlamingen is integratie in de Vlaamse samenleving naar mijn ervaring heel moeilijk, omdat de Vlamingen standaardtaal in informele contexten als een artificieel communicatiemiddel beschouwen. In Vlaanderen volstaat kennis van de standaardtaal niet. Je moet ook tussentaal verstaan.


Waarom gebruikt men de standaardtaal zo weinig?

Volgens Sofie Begine gebruiken Vlamingen de standaardtaal sinds de jaren 1970 steeds minder. Hoezo?
Ten eerste wegens de ontwikkelingen in het Vlaamse omroeplandschap, Vlaamse films, series en andere televisieprogramma’s.
Ten tweede zijn de Vlamingen veel mobieler geworden voor het werk, de studie of om persoonlijke redenen.
Ten slotte hebben Vlamingen de standaardtaal nooit echt als een bruikbare taal voor informele situaties beschouwd.

Let op: er is in Vlaanderen veel variatie in de tussentaal, omdat de tussentaal geen vaste taal met regels is: tussentaal varieert dus van streek tot streek. De courantste variant is de Brabantse tussentaal. Het is voornamelijk die Brabantse versie die Sofie Begine in dit boek bespreekt.


Concreet, wat is het verschil tussen standaardtaal en tussentaal?

Tussentaal en standaardtaal verschillen van elkaar op het gebied van klanken, grammaticale structuren en woordenschat.

Bekende kenmerken van de Vlaamse tussentaal zijn: ge/gij in plaats van je/jij, de weglating van de laatste letter in woorden zoals wa(t), ma(ar), da(t), nie(t), goe(d), altij(d), de elisie van "het" (=‘t), het suffix -ke in plaats van -je, interjecties zoals amai, awel, bon, enfin en natuurlijk uitdrukkingen zoals saluukes, tot sebiet, merci, iemand graag zien, zot zijn, een tas koffie, zijdegij, enz. 

Een ander kenmerk van Vlaamse tussentaal is de invloed van de Franse taal: merci, bon, enfin, camion, vélo, frigo, chauffage enz. 

Kortom, we kunnen zeggen dat de tussentaal in zekere zin een taal in een andere taal is.


Een dialoog in het Algemeen Nederlands en in tussentaal uit dit boek (p. 8):
 
(in standaardtaal)
- Hallo Jan, hoe gaat het?
Goed, en met jou?
- Goed. Lukt het een beetje om alles te begrijpen?
Ja, het begint te lukken. Het is in het begin veel om uit het hoofd te leren.
- Ja, dat is waar. Tot straks! Als je iets nodig hebt, vraag je het maar!
 
(in de realiteit, fonetisch geschreven)
- Hey Jan, hoe is’t?
Goe, en me u?
- Ça va, ça va. Geraakt ge der een beke aan uit?
Ja, da begint te kome. ‘t is in ’t begin veel om vanbuite te lere.
- Ja da’s een feit. Allee, tot sebiet. Als g’iets nodig hebt, ge weet mij zitten è.

Typische kenmerken van tussentaal:  
“Goed” → “Goe” of “ça va”
“Je, jij” → “Ge, gij”
“Je, jou” → “u”
“Een beetje” → “een beke”
“Het” → “ ’t “
“Met” → “me”
“Tot straks” → “tot sebiet”
De eindletter “n” van de werkwoorden spreek je niet uit.
Interjectie “allee”
Uitdrukkingen: “beginnen te komen” of “vanbuiten te leren”


Wat is “Wa zegt ge?” en waarom moet je dit leerboek gebruiken?

“Wa zegt ge?” is een handboek Vlaamse spreektaal voor anderstaligen, zeg maar tussentaal.

Het doel van dit boek is dat je als anderstalige de Vlamingen met wie je elke dag te maken hebt, beter begrijpt. Het probleem is dat het Nederlands dat je als anderstalige te horen krijgt, helemaal niet hetzelfde is als het Nederlands dat je op school hebt geleerd. Met andere woorden, dit boek wil je helpen de kloof tussen het dagelijks Nederlands (tussentaal) en het “officiële” Nederlands (Algemeen Nederlands of Standaardnederlands) te overbruggen.

Sofie Begine benadrukt dat dit boek het belang van de kennis van de standaardtaal niet wil verminderen, maar aan anderstaligen de sleutel wil geven om de Vlamingen te verstaan.


Wat vind ik van dit handboek, als NT2-leerling (en vertaler)?

Persoonlijk vind ik dit boek heel interessant en een bruikbare tool om de tussentaal te leren. Ik heb daar verschillende redenen voor.

Eerst en vooral vind ik de omslag van het boek heel schoon en binnen in het boek is de tekst goed “geventileerd” (d.w.z. met veel ruimte tussen de tekst) met een mooi lettertype en goed gebruik van kaders. Natuurlijk is een mooie presentatie geen toverformule om tussentaal te leren, maar een lelijke presentatie zou sowieso potentiële anderstalige gebruikers ontmoedigen om dit boek te gebruiken.

Ten tweede gaat het boek niet alleen over werkgerelateerde onderwerpen of algemene thema’s (kennismaken, het huis, het weer of iemand de weg wijzen) maar over alle aspecten van het leven (vakantie, auto’s, emoties, technologie en sociale media). Dit handboek bereidt je voor op alle soorten situaties.

Naast de grote diversiteit van thema’s is het ook belangrijk te vermelden dat het boek groot is: 357 pagina’s in A4-formaat. En dit is heel leuk, omdat elk onderwerp zo diepgaand ontwikkeld wordt. Dat betekent heel veel typische Vlaamse uitdrukkingen en formuleringen van alledag. In dit opzicht is “Wa zegt ge?” echt heel rijk.

Ten derde zijn er heel gevarieerde oefeningen.
Er zijn dialogen in tussentaal en daaronder heb je dan Nederlandse uitdrukkingen waarvoor je de correcte Vlaamse uitdrukkingen uit de dialoog moet uitkiezen (bv. “Ben je gek?” - “Zijt ge zot?).

Je moet ook de verschillende kenmerken (ge/gij, Franse woorden, ‘t, dieje/diene, enz.) van tussentaal in de dialogen vinden en op vragen over de inhoud van de dialoog antwoorden.

Er zijn ook onvolledige zinnen waar je het correcte woord moet invullen of tabellen waar je de Vlaamse uitdrukkingen met Nederlandse moet verbinden. Ook kruiswoordpuzzels, die heel leuk zijn, en vertaaloefeningen.

Maar wat ik heel belangrijk vind voor een handhoek vreemde taal, als NT2-leerling (en als vertaler), is het grote aantal audio-opnames van alle dialogen of oefeningen. Zo kun je ook de Vlaamse uitspraak oefenen.

Dit handboek vreemde taal doet helemaal wat het moet doen: met dit boek kun je als leerling aan je tussentaal werken op de vier taalvaardigheden: lezen, luisteren, spreken en schrijven.

Ten slotte is dit boek heel toegankelijk. Om het te kunnen gebruiken moet de NT2-leerling een niveau B1 hebben in Algemeen Nederlands. Je hoeft dus geen expert Nederlandse taal te zijn om tussentaal te leren.

Alle instructies en alle uitleg in dit boek zijn in Algemeen Nederlands, en de oplossingen van de oefeningen en de woordenschatlijst tussentaal zijn zowel in het Frans als in het Engels beschikbaar. Dit boek is dus niet alleen geschikt voor Franstalige Belgen, maar ook voor buitenlanders.

Maar volgens mij is het belangrijkste aan dit boek dat het heel plezant is in zijn  gebruik. Heel veel handboeken vreemde talen zijn eigenlijk zo vervelend dat je na tien pagina’s al wil stoppen met het leerproces. Met “Wa zegt ge?” is het helemaal anders.


Hoe kan “Wa zegt ge?” beter?

De woordenschatlijst in het Frans is niet volledig en er zijn enkele woorden of uitdrukkingen in tussentaal waarvoor de Franstalige leerling geen vertaling in het Algemeen Nederlands of in het Frans krijgt. Dat vind ik jammer. Een kleine actualisering van die lijst zou heel goed zijn. Maar behalve dit punt heb ik zelf geen andere suggesties voor mogelijke verbetering.


Tussentaal in mijn leven?

Nu ik in Gent stage loop, probeer ik dagelijks en zo veel mogelijk in informele situaties tussentaal te gebruiken. Wanneer ik een Vlaamse serie kijk, moet ik zeggen dat ik steeds beter versta wat er wordt gezegd, zelfs voordat ik de ondertitels lees.

Bovendien, zo betoogt ook Sofie Begine, helpt het gebruik van tussentaal om een band te creëren met Vlamingen – een echte connectie. Daarom probeer ik op dezelfde manier als mijn Vlaamse gesprekspartners te spreken. Die aanpak kan alleen maar een positief effect hebben bij Vlamingen.


Conclusie

Tot slot moet ik zeggen dat ik dit boek heel leuk en heel bruikbaar vond. Mijn mening is dat dit handboek veel beter is dan de meeste handboeken vreemde talen. Ik ben er dus echt van overtuigd dat dit boek voor vele mensen heel nuttig zal zijn. Ik vind het alleen jammer dat ik niet eerder wist dat dit boek bestond.

En gij, hebt ge ook goesting om tussentaal te spreken? Laat mij gerust weten wat ge van deze recensie of dit boek vindt! Tot de volgende!


ISBN: 97-890824333-33

Ontdek de website Goesting in Taal van Sofie Begine.

Lees meer over het boek "Wa zegt ge?" op de website van Sofie Begine.

 

We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.