Wat is nu eigenlijk de plaats van het Nederlands in Brussel?

Model NL - de plaats van het Nederlands in meertalig BrusselIn december vorig jaar stelde taalsocioloog Rudi Janssens (VUB) de resultaten van de vierde Brusselse Taalbarometer voor: een schat aan objectieve feiten en cijfers over het gebruik van het Nederlands in Brussel. Maar hoe ervaren de Brusselaars de Nederlandse taal in hun meertalige stad? Welke meningen en ideeën hebben zij daarover?

Het Brusselse Huis van het Nederlands trok de voorbije maanden de stad in en verzamelde zo veel mogelijk meningen over het Nederlands in Brussel, zo veel mogelijk ideeën over de positionering van het Nederlands, en zo veel mogelijk suggesties voor de beleidsmakers. Daarvoor spraken medewerkers van het Huis de Brusselaars aan op straat en gingen ze ook luisteren in bedrijven, scholen en organisaties allerhande. Het hele project werd "Stadsforum Model NL" gedoopt en op 18 januari 2019 presenteerden experts tijdens een slotevenement - Summit NL - de resultaten en conclusies van al dat veldwerk. Ze formuleerden ook suggesties en aanbevelingen voor het beleid.

Hoe staat het met het Nederlands in Brussel? Wat werkt er? Wat niet? Waar zijn er opportuniteiten? Wat zouden de beleidsmakers nu moeten doen? Met andere woorden, wat is nu eigenlijk de plaats van het Nederlands in Brussel?

Isabelle Bambust trok samen met haar vader van de boerenbuiten helemaal naar de grote stad voor de Summit van Stadsforum Model NL en schreef er dit persoonlijk ervaringsrapport over.

 

Brussels uitje

Kalken, Isabelle Bambust - Mijn vader, Jean Bambust, is een Etterbeekenaar. Hij heeft een deel van zijn jeugd in Brussel doorgebracht, en hij heeft er later ook gewerkt. Ikzelf bezocht en bezoek Brussel vaak, en ik heb er ook meer dan tien jaar gewerkt.

De vragen die het slotevenement stelt, trekken ons aan. We hebben dus heel veel zin in dit Brusselse uitje. We gaan ons met plezier buigen over de vragen van het slotevenement.


Een veilige en amusante omgeving

De place to be voor de summit is het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Het Brusselse Huis van het Nederlands is er onze host van dienst. De sfeer zit meteen echt goed. Mijn vader amuseert zich. Ik ook. Er is een Cheese Box waarmee mijn vader en ik wat foto’s maken. De biologische traiteur zorgt ervoor dat we tijdig gelaafd en gespijsd worden. Er is animo in het huis. Iedereen respecteert de ander, er is veel bereidheid om samen te werken en in de workshops geeft iedereen het beste van zichzelf.


Elkaar leren kennen

De summit begint plenair met wat ochtendgymnastiek. Dat gaat zo: Voel jij je meertalig? Tweetalig? Nederlandstalig? Of: Ben je verbonden met Brussel omdat je er woont? Omdat je er werkt? Of omdat je er op bezoek komt? Bij elk antwoord dat voor jou geldt, moet je gaan staan. Ik vind dit een leuke oefening. Je beweegt, en je leert de andere deelnemers wat beter kennen.


Van BeCode tot Taalkot

Na de gymnastiek krijgen enkele inspirerende Brusselse projecten het woord.

Het eerste parool is voor de vzw BeCode, een jonge erkende programmeursschool die werkzoekenden gratis opleidt. Ondertussen zijn er ook vestigingen in Charleroi, Luik, Antwerpen, Genk, en binnenkort ook in Gent. De opleiding duurt zeven maanden, elke werkdag van 9 tot 17 uur. De leerlingen trainen er hard skills met betrekking tot het programmeren zelf, maar ook soft skills. Zo bestaat de Brusselse klas momenteel uit 15 Franstaligen en 10 Nederlandstaligen die de lessen in het Engels volgen. Er worden ook conversatietafels georganiseerd. Zo is er een Nederlands-Japanse tafel.

Het tweede parool is voor de opleiding kleuteronderwijs van de Brusselse hogeschool Odisee. In deze opleiding staan diversiteit en creatief denken centraal. Anderstaligheid zit overal in de opleiding verweven. De kleuteronderwijzers in spe leren buiten de schoolmuren te kijken: school en buurt staan nooit los van elkaar. Nederlands blijft de instructietaal, maar meertaligheid wordt beslist als troef uitgespeeld.

Het ‘Taalkot’ werd vier jaar geleden in Molenbeek opgericht door het Huis van het Nederlands. Het ontvangt anderstalige jongeren van 15 tot 25 jaar. Ze gaan twee dagen in de week naar school en komen twee dagen naar het ‘Taalkot’ om Nederlands te leren (in plaats van twee dagen stage). Zodra ze richtgraadniveau 1.2 (waystage of A2 volgens het Europees Referentiekader) hebben bereikt, zijn ze klaar om in het werkveld te duiken. De jongeren zijn bijna allemaal nieuwkomers, met heel diverse taalniveaus en achtergronden. Er moet dus eerst een veilig gevoel worden gecreëerd. Pas daarna kan het Nederlands echt aan bod komen, waarbij spel en interactie de sleutels zijn.


Studente slaagt met brio

Het vierde woord is voor een studente Nederlands. Ze woont al 27 jaar in Brussel. Ze spreekt Arabisch, Frans, Engels, en wat Spaans. Ze werkt als administratief medewerkster in het Brussels parlement en in december 2018 besloot ze om Nederlands te gaan studeren. Het is nu 18 januari 2019 en ze vertelt ons haar mooie verhaal al in het Nederlands.

BRIO krijgt het vijfde parool. Dit Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum is ontstaan uit het Centrum van de studie van Brusselse taaltoestanden (°1977). BRIO bevraagt sinds 2000 de Brusselaars over hun gebruik van het Nederlands. De resultaten van die bevraging bundelt BRIO in de zogenaamde Taalbarometer, waarvan eind vorig jaar de vierde editie verscheen. Die geeft aan dat de kennis van het Nederlands in Brussel daalt, maar dat het belang van het Nederlands op de werkvloer stijgt. Het diverse Brussel krijgt te maken met het Nederlands van Nederlandstaligen, en met het Nederlands van tal van anderstaligen. Daardoor omvat Brussel diverse soorten Nederlands.


Het Kaaitheater. Waar? Daardaar!

De zesde getuigenis komt van het Brusselse Kaaitheater, dat modern theater, dans en performance programmeert. Het is belangrijk dat publiekswerkers zorgen voor een zo ruim mogelijk publiek. Daarvoor trachten zij praktische, financiële, talige, mentale of andere drempels weg te werken. Met het project Applaus biedt het Kaaitheater oefenkansen Nederlands aan anderstalige jongeren (nieuwkomers of jongeren zonder papieren) in een artistieke en culturele setting. Wat zijn dan oefenkansen concreet? Sessies waarin de jongeren samen het actuele cultuuraanbod bespreken, sessies waarin ze leren hoe je een ticket koopt in het Nederlands, een cultuurhuis bezoeken, een voorstelling bijwonen, napraten over een voorstelling. Het is onduidelijk of de jongeren achteraf nog naar het theater terugkeren.

Het zevende parool gaat naar DaarDaar. DaarDaar is een prachtige woordspeling. In het Nederlands kan je ‘Daar daar!’ begrijpen als ’Kijk daar eens naar die anderstalige overkant’. Maar in familiair Frans betekent dare-dare ook snel, vlug, gehaast (zie Larousse). DaarDaar vertaalt een selectie van artikelen uit de Vlaamse pers in het Frans en vervult dus eigenlijk de rol van correspondent uit Vlaanderen in Franstalig België.


Kansen, onderwijs en werk

De rest van de voormiddag staan er nog twee gelijktijdige workshops op het programma: een over kansen, onderwijs en werk en een over de perceptie van Nederlandstalige netwerken. Mijn vader en ik kiezen voor de eerste workshop.


Tweetalig werk

Zoals gezegd neemt het belang van het Nederlands op de arbeidsmarkt toe. Meer dan de helft van de Brusselse werkgevers verlangt van kandidaat-werknemers dat ze Frans en Nederlands kennen, terwijl 80% van de Brusselse werkzoekenden volgens eigen aangeven niet tweetalig zou zijn. Een van de sprekers vindt het wenselijk dat werkgevers hun taaleisen niet te hoog stellen. Het volstaat dat er een basiskennis is die dan verder op de werkvloer uitgebouwd kan worden. Verder moeten werkgevers ook bereid zijn om opleidingen te organiseren.


Kansen

De workshop kaart aan dat een attitudewissel niet zou misstaan, want nog al te vaak wordt de andere taal als een handicap benaderd en niet als een bijkomende competentie. We zouden in bepaalde gevallen zelfs over structureel racisme kunnen spreken, waarbij de anderstalige bijvoorbeeld als een minder bekwaam persoon wordt beschouwd. Die perceptie wordt vaak ontwikkeld omdat de anderstalige worstelt met de uitspraak of naar de juiste woorden zoekt.


Meertalig onderwijs

De paradox tussen het toenemend belang van het Nederlands en de afnemende kennis hoeft niet te verbazen. In het Franstalig onderwijs in Brussel is het vak Nederlands als tweede taal niet verplicht. Over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is de vraag of het niet te protectionistisch is. De keuze voor meertalig onderwijs zou alleszins een keuze voor een meersporenbeleid moeten inhouden, waarbij het meertalig onderwijs afhankelijk van het type leerling wordt gedifferentieerd. Verder zal daarbij ook rekening gehouden moeten worden met het feit dat het beroep van leerkracht nu al een knelpuntberoep is. Is meertalig onderwijs dan wel nog haalbaar met betrekking tot het inzetten van leerkrachten?

Daarbij kan ook het Engels als opkomende lingua franca niet weggedacht worden. Brussel bulkt immers van internationale organisaties, en Engels moet dus absoluut een plaats in die meertaligheid krijgen.


Acties en burgers

Na de lunch is er keuze tussen drie doe-workshops: ‘Acties en burgers’, ‘Aanbevelingen aan het beleid’, en ‘Bouw je ideale meertalige stad’. Mijn vader en ik gaan opnieuw naar de eerste workshop.

In de workshop ‘Acties en burgers’ worden we eerst individueel uitgenodigd om acties ter bevordering van het Nederlands en van meertaligheid voor te stellen.

Papa stelt voor om de geschiedenis van Brussel meer in de spotlight te brengen.

Ik ga voor een meertalige krant in het Engels, Frans, Nederlands en Duits, waaraan studenten journalistiek en studenten vertalen continu zouden bijdragen.

Alle voorstellen worden thematisch gebundeld en in groepjes concreet uitgewerkt.


Slotbevindingen

Op het einde van de dag gaan we weer plenair.

In het auditorium krijgen we eerst Slam Poetry te horen. Een jong meisje maakte voor de gelegenheid een speciaal Slam Poetry-stuk. Het is een aandoenlijke tekst en een aandoenlijke uitvoering. Ik herken erin wat Brussel voor mij in het verleden ooit heeft betekend: al het schone, en al het rauwe.


Acties

De acties die de burgers in de workshops hebben uitgewerkt, concentreren zich rond drie grote thema’s: media, cultuur, en onderwijs.

Bij de media is het belangrijk om de muren tussen verschillende publieke opinies te slopen.

Op cultureel vlak is het wenselijk om meer in een meertalige context te gaan beleven. De burger wil bijvoorbeeld meer diversiteit in de bibliotheek. Een ander concreet voorstel is de ‘dubbele tong actie’, waarbij mensen zich engageren om gedurende een week een andere taal te spreken.

Bij het thema onderwijs pleit men voor een socratische dialoog rond Brussel, voor integratie van de geschiedenis van Brussel, en voor meertalige scholen waarin het Nederlands een volwaardige plaats inneemt.


Aanbevelingen aan het beleid

De workshop rond aanbevelingen voor het beleid focuste op een ideale situatie: leven in een stad waar meertaligheid een reëel feit is.

De ideale meertalige stad is een leefbare aanbouwstad met burgerinitiatief. Uit de workshop komen vier maquettes te voorschijn:

  1. een stad met veel bruggen; 
  2. een stad met een meertalig central park met een zwembad en een zoo, een soort van tuin van Eden;
  3. een stad bestaande uit de mensen zelf, met een speciale plek voor de klimaatspijbelaars; 
  4. een stad met veel laboratoriumfuncties en experimenteerruimtes. 

Brussel is een onzuivere mengvorm met een eigen idioom, een eigen stadscreool. Het is een leuke organische wanorde waarin Hausiaanse structuren onmogelijk plaats kunnen krijgen.


Meer broden op tafel

Tot slot krijgen ook de beleidsmakers het woord. Hierna volgt een greep uit de ideeën van Sven Gatz, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel.

  • In de laatste dertig jaar heeft Brussel een demografische metamorfose ondergaan. Er worden zo’n 200 talen gesproken. Deze kentering zorgt ervoor dat we niet anders kunnen dan meertaligheid hoger in het vaandel te dragen.
  • Het is belangrijk dat we ouders met kinderen in het Nederlandstalig onderwijs aansluiting laten vinden bij Nederlandstalige gemeenschapscentra.
  • We moeten de Nederlandstalige conversatietafels verder uitbreiden. Er moeten daarvoor nog meer vrijwilligers ingezet worden.
  • Talen zorgen voor sociale mobiliteit: "Een taal meer is een brood meer op tafel" (citaat van Jos Chabert (1933-2014), Belgisch politicus voor CD&V en minister van staat).
  • Vlaanderen moet blijven investeren in de kwaliteit van de Nederlandstalige instellingen in Brussel.
  • We moeten alle Brusselaars de kans geven om hun kennis van het Nederlands te verbeteren. Dat moet op een brede en laagdrempelige manier gebeuren.
  • We moeten meer promotie voeren voor het Nederlands.
  • We moeten iedereen die Nederlands wil leren, meer informele oefenkansen bieden.
  • Men moet focussen op de bredere missie van het Brusselse Huis van het Nederlands. Het Huis is er bijvoorbeeld ook voor bedrijven.
  • Aandacht voor meertaligheid in het onderwijs moet gepaard gaan met aandacht voor de rijke thuistaal en met aandacht voor meertalige lerarenopleidingen.
  • We moeten meer aandacht hebben voor meertaligheid in het bedrijfsleven.
  • In het volgend Brussels regeerakkoord moet een hoofdstuk aan meertaligheid gewijd worden.


En… wat hebben we ‘geleerd’ vandaag?

Vandaag heb ik een groot enthousiasme gevoeld, een grote openheid en een immense tolerantie.

Alles wat ik hierboven heb beschreven, kan mij bekoren.

Ik blijf verwonderd achter.


Isabelle Bambust is onderzoeker aan de KU Leuven Onderzoeksgroep Tolkwetenschap (Campus Antwerpen) en vrijwillig postdoctoraal medewerker aan de UGent, Faculteit Recht en Criminologie.

Wilt u graag reageren? Stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of laat uw reactie hieronder na.


Lees ook: Vierde Brusselse taalbarometer toont complexe taalsituatie en paradoxen


Meer info: www.modelnl.be

Meer info: www.huisnederlandsbrussel.be

Meer info: www.briobrussel.be

Meer info: www.daardaar.be

Meer info: https://www.larousse.fr/dictionnaires/francais/dare-dare/21643



We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.