De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen

De vele gezichten van het Nederlands in VlaanderenBij uitgeverij Acco (Leuven, Den Haag) is het boek "De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen" onder redactie van Gert De Sutter verschenen.

Dit boek met de ondertitel "Een inleiding tot de variatietaalkunde" biedt inzicht in de taalsituatie in Vlaanderen.

Het boek bundelt een twintigtal bijdragen van experts op het gebied van het Nederlands in Vlaanderen.

 

"De vele gezichten van het Nederlands" (360 blz.) gaat in op de historische ontwikkeling van het Nederlands in Vlaanderen, de veranderende relatie met het Nederlandse Nederlands, de populariteit van de tussentaal en de dialecterosie, met de gevolgen voor taalnormen en taalbeleid.

Het boek kijkt ook naar taalvariatie door de bril van de gewone taalgebruiker en gaat dieper in op ontwikkelingen die veel taalgebruikers nefast vinden: de massale overname van Engelse woorden en constructies, de invloed van sociale media op vorm en structuur van het Nederlands en het taalgebruik van jongeren met een andere etnische achtergrond.

Het boek biedt op deze manier een overzicht van de belangrijkste inzichten en methoden van de moderne Vlaamse variatietaalkunde. Daarbij staan de interactie tussen taalgeschiedenis, taalgebruik, taalattitudes, taalideologieën en taalnormen centraal.

Dit boek is bedoeld voor taalprofessionals, leerkrachten, studenten Nederlands in het hoger onderwijs en iedereen met een bijzondere interesse voor taal en taalvariatie in Vlaanderen.

Gert De Sutter doceert Nederlandse taalkunde en vertaalwetenschap aan de Universiteit Gent. Hij schreef dit boek samen met negentien (Vlaamse) collega-onderzoekers, allen experts die zich aan een specifiek aspect van het Nederlands in Vlaanderen wijden: Walter Haeseryn, Ann Marynissen, Wim Vandenbussche, Rik Vosters, Ruud Ryckaert, Dirk Geeraerts, Johan De Caluwe, Chloé Lybaert, Steven Delarue, Stefan Grondelaers, Jacques Van Keymeulen, Anne-Sophie Ghyselen, Eline Zenner, Jürgen Jaspers, Sarah Van Hoof, Stefania Marzo, Reinhild Vandekerckhove en Lynn Prieels.


Niet gemakkelijk om Vlaamse intellectueel te zijn

"Het kan niet gemakkelijk zijn om een Vlaamse intellectueel te zijn. Er is altijd gedoe om taal, op een manier die een Nederlander zich over het algemeen niet kan voorstellen: iedere keuze die je maakt in taalzaken – hoe nauwkeurig je je aan de standaard houdt, wat je precies als standaard beschouwt, hoeveel dialect je je permitteert – is niet alleen onderhevig aan de vooroordelen die overal aan taal vastzitten, maar ook al snel een politieke kwestie."
Dat schrijft de Nederlandse taalkundige Marc van Oostendorp op 30 oktober 2017 in zijn recensie op Neerlandistiek, het online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek.

Hoe moeilijk of gemakkelijk het voor de Vlaamse intellectueel wel is, is ook af te leiden uit een aantal recente opiniestukken in de Vlaamse kwaliteitspers.

De discussie begint op 3 november 2017 op MO* met een column van voormalig VRT-journalist (en filoloog) Walter Zinzen, die fel van leer trekt tegen het idee dat anderstaligen in de klas niet alleen met Standaardnederlands maar ook met tussentaal kennis kunnen maken.

Over Goesting in Taal, het tussentaalproject van taaltrainer Sofie Begine zegt Walter Zinzen: "Mevrouw Begine gaat dus nog een stap verder dan UNIZO, de patroonsorganisatie, die in West-Vlaanderen cursussen Brugs organiseert voor haar buitenlandse werknemers. Onze nieuwe medeburgers moeten volgens mevrouw Begine dus niet minder dan drie talen leren om te kunnen communiceren met de echte Vlaming: Nederlands, het plaatselijke dialect en tussentaal. Hoe waanzinnig is dit?"


Verlichte taaltechneuten

"Houden al die verlichte taaltechneuten, die alles maar goed vinden en geen normen (haha!) meer hanteren, ook maar één enkel ogenblik rekening met de hoogst onbillijke gevolgen van hun handelwijze voor tienduizenden mensen die uit een ander taalgebied komen? De vraag stellen is ze helaas beantwoorden. Arm Vlaanderen!," aldus nog Walter Zinzen.

"Hoe is het voor de drommel mogelijk dat wie zes jaar, of nog veel langer, naar school is geweest niet in staat is zich vlot uit te drukken in onze gemeenschappelijke taal? Is het omdat de leerkrachten zelf het niet kunnen of willen?"

Sofie Begine reageert op 6 november op MO*: "Ik blijf bewust op afstand van alle taaldebatten waarbij een bepaald soort taal als goed of slecht wordt bestempeld. Het zijn vaak oeverloze discussies die op niets nuttigs uitdraaien. Als ik al een positie wil innemen in dit debat, kom ik steeds weer terug bij deze quote van Bart Peeters: Dialect, tussentaal, Algemeen Nederlands, sms-taal… laat duizend registers bloeien."


Top-down NT2-onderwijs

Sofie Begine vervolgt: "Ik heb soms het gevoel dat er in het publieke NT2-onderwijs heel top-down wordt gedacht. Wij bepalen dat het standaardtaal moet zijn, omdat dat zo hoort. Wij bepalen welke inhoud relevant is. Het komt niet eens in ons op om even bij het doelpubliek, volwassen taalleerders dus, na te gaan wat zij willen leren. Uiteraard heb ik het hier niet over de leerkrachten. Zij staan met hun twee voeten in de realiteit en zien de uitdagingen waar hun studenten mee worstelen. Zij ervaren dat hun studenten vragende partij zijn om meer over spreektaal te leren. Dat bleek toch uit mijn enquête, die door 294 docenten NT2 werd ingevuld. Is het dan niet onze verplichting om aan die vraag tegemoet te komen?"


Communicatieve frustraties

Ook Gert De Sutter, Stefan Grondelaers en Steven Delarue mengen zich in de discussie. Zij zijn alle drie taalwetenschappers aan de universiteiten van Gent en Nijmegen en werkten zoals gezegd mee aan het boek "De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen".

Samen met Sofie Begine stellen ze op 13 november op MO* vast: "De kloof tussen het Nederlands dat in een klascontext gepromoot wordt (het Standaardnederlands) en het Nederlands dat men op straat hoort (vooral tussentaal) is zo groot dat het voor veel communicatieve frustraties zorgt, vooral bij de anderstaligen zelf. Het Nederlands dat ze in de klas hebben geleerd, blijkt slechts beperkt bruikbaar in het dagelijkse leven."


Extreme ideologisering

"Bepaalde denkkaders en ideeën over (standaard)taal blijken onverzettelijk, alle recente taalwetenschappelijke inzichten ten spijt. Wat we hier meteen duidelijk willen maken, is dat er helemaal niet gekozen hoeft te worden: zowel standaardtaal als tussentaal hebben hun plaats in het hedendaagse Vlaanderen."

"Dat Zinzen dit niet aanvaardt, daar kunnen we nog begrip voor opbrengen; in zekere zin is hij zélf het slachtoffer van de extreme ideologisering van het Vlaamse taaldiscours in de jaren 1960-1980. Wat we niet vatten, is dat bijdragen zoals de zijne (of die van andere standaardtaalhoeders zoals Joël de Ceulaer of Mia Doornaert) elke standaardtaaldiscussie ogenblikkelijk doen ontaarden in scheldpartijen die alle deelnemers de loopgraven injagen," aldus nog Gert De Sutter, Stefan Grondelaers en Steven Delarue.

De drie taalwetenschappers vervolgen: "Waar wij voor pleiten, is dat de propagering van de standaardnorm niet automatisch gepaard gaat met de verkettering van (sprekers van) andere variëteiten, en dan met name tussentaal. (...)"

"We roepen op om tegen de achtergrond van empirisch vastgestelde sociologische inzichten te streven naar een hedendaagsere invulling van de standaardtaalnorm. De standaardtaalnorm moet om te beginnen realistischer zijn: het iconische taalgebruik van VRT-coryfeeën Martine Tanghe en Bavo Claes, dat de meeste Vlamingen niet kunnen en ook niet meer willen realiseren, kan het best ingeruild worden voor het taalgebruik van mediafiguren die getoond hebben dat ze een rijk en realiseerbaar palet aan taalvariëteiten kunnen hanteren; mensen zoals Meryame Kitir, zoals Zinzen correct opmerkt. (...)"

"Een nieuw standaardtaalbeleid moet daarnaast ook veel meer inzetten op registerbewustzijn: in plaats van bepaalde taalvariëteiten te verketteren, is het belangrijker om jongeren en anderstaligen te leren ontdekken wat voor taalgebruik gepast is in welke context. (...)"

"Ten derde moet een hedendaagse invulling van de standaardtaalnorm vertrekken vanuit individuele verantwoordelijkheid, niet vanuit centraal gezag. Taalgebruikers hebben in toenemende mate de vrijheid om meer of minder van hun identiteit prijs te geven in hun taal, maar ze moeten beseffen dat aan die vrijheid ook een risico verbonden is: in de foute zin opvallen door slordig taalgebruik is dodelijk tijdens een sollicitatiegesprek, maar de afstand met je vriend(in) vergroten door een “hogere” code te kiezen dan hij of zij gebruikt, is minstens even nefast. (...)"

"Cruciaal is echter vooral dat (jonge) taalgebruikers – of het nu moedertaalsprekers of anderstaligen zijn – moeten leren dat hun taal niet fout, niet slecht, niet verkeerd en niet minderwaardig is. Is de essentie van onze multiculturele samenleving niet dat iedereen trots moeten kunnen zijn op zijn of haar taal en achtergrond, zonder ook maar ooit met de vinger gewezen te worden?", aldus nog Gert De Sutter, Stefan Grondelaers en Steven Delarue.

 

ISBN: 9789463442435

 

Meer info: https://www.acco.be/nl-be/items/9789463442435/De-vele-gezichten-van-het-Nederlands-in-Vlaanderen

Meer info: http://www.neerlandistiek.nl/2017/10/verplicht-boek-voor-alle-nederlandse-taalkundigen/

Meer info: https://www.mo.be/column/vreemdeling-talen-leren

Meer info: https://www.mo.be/opinie/goesting-in-taal-is-niet-hetzelfde-als-talen-moeten-leren

 

 

We respecteren je privacy.
Door op deze website te surfen aanvaard je functionele en analytische cookies, bedoeld om de site goed te laten werken. Hier geen trackingcookies.